Van ‘dik, dom en gelukkig’ naar klaar voor de toekomst: Peter Wenninks strategie voor Europese soevereiniteit op het gebied van productie

Peter Wennink kwam niet naar Re:Manufacture om geruststellende woorden te spreken. Hij kwam om een oordeel te vellen.
Peter Wennink spreekt op een conferentie over Europese soevereiniteit op het gebied van productie en presenteert de digitale oplossingen van Azumuta voor Industrie 4.0 en slimme productie.
Gepubliceerd op:
9 april 2026
Bijgewerkt op:
9 april 2026

De voormalige CEO van ASML, het bedrijf dat de machines produceert waarmee de chips worden gemaakt die de moderne wereld draaiende houden, had één kernboodschap: Europa heeft alles in huis om op het hoogste niveau te concurreren. Het talent. Het kapitaal. De technologie. De knowhow.

En het verspilt het allemaal.

Een paar jaar geleden noemde hij het „dik, dom en gelukkig“. Niet zelfgenoegzaam. Niet overdreven zelfverzekerd. Dik, dom en gelukkig. Die mildere woorden laten je ermee wegkomen. Ze geven niet de pijn weer die je voelt als je weet dat er een probleem is, alle middelen hebt om het op te lossen, en ervoor kiest dat niet te doen.

Die diagnose is niet veranderd. Wat wel is veranderd, is de prijs die je betaalt als je die negeert.

Een samenleving die zichzelf niet meer kan onderhouden

Voordat hij op de productie inging, benadrukte Wennink iets waar in de meeste discussies over de industrie geen aandacht aan wordt besteed: een bedrijf kan niet floreren in een samenleving die uit elkaar valt.

Zijn visie op een verantwoordelijke samenleving rust op vier pijlers: banen die genoeg opleveren om van te leven, onderwijs dat voor elk kind toegankelijk is, zorg voor wie dat nodig heeft, en veiligheid – zowel fysiek, digitaal als op het gebied van het klimaat. Haal er ook maar één weg, en de rest begint te wankelen.

Dit is geen idealisme. Dit is economie. Werknemers presteren beter als ze zich geen zorgen hoeven te maken of hun kinderen naar school kunnen gaan of dat hun ouders in een ziekenhuis terechtkunnen. Die stabiliteit vormt de basis. De productiesector staat niet los van de samenleving. Hij maakt er deel van uit.

Het probleem is dat de basis aan het afbrokkelen is. Het onderhoud ervan kost elk jaar meer. De productiviteitsgroei houdt geen gelijke tred. In Nederland wordt voor het komende decennium een bbp-groei van minder dan 1% per jaar voorspeld. Het cijfer van Wennink: er is minstens 2% nodig om het soort samenleving te financieren waarin ondernemen de moeite waard is. Europa zit op de helft daarvan. De rekensom is niet ingewikkeld, en ze laat geen ruimte voor fouten.

En terwijl Europa aan het afdrijven is, racen ’s werelds grootste economieën vooruit. Vier ingrijpende maatschappelijke veranderingen geven alle grote economieën tegelijk een nieuwe vorm: digitalisering en AI, biowetenschappen, energie en klimaat, en veiligheid en veerkracht. Het vijfjarenplan van China is hieromheen opgebouwd. De investeringsagenda van de Verenigde Staten is hieromheen opgebouwd. Wanneer Wennink terugkeert uit Peking, Delhi of Washington, is het patroon altijd hetzelfde: snellere actie, grotere investeringen, duidelijkere doelstellingen.

Europa beschikt ondertussen op elk van die gebieden over capaciteiten van wereldklasse, maar ziet de kans voorbijgaan.

Peter Wennink op het podium tijdens Re:Manufacture 2026 Peter Wennink op het podium tijdens Re:Manufacture 2026

Vier redenen die Europa zelf te wijten heeft en waardoor het vastzit

Wennink houdt zich niet bezig met abstracties. Hij ziet vier specifieke factoren die het potentieel van Europa in de weg staan. Ze zijn allemaal volledig te verhelpen. Maar geen enkele is verholpen.

Infrastructuur. Tegenwoordig verloopt 95% van de Europese computeractiviteiten via datacenters buiten Europa. Vijfennegentig procent. Als die toegang morgen zou worden afgesloten, werkt er niets meer. Dit is geen theoretische kwetsbaarheid. Het is een reële kwetsbaarheid, die voor het grijpen ligt, maar die iedereen heeft besloten te negeren. Naast de digitale infrastructuur wachten alleen al in Nederland meer dan 14.000 bedrijven op een elektriciteitsaansluiting. Overbelasting van het elektriciteitsnet is geen probleem van de toekomst. Het remt vandaag de dag investeringen af.

Talent. Drie mislukkingen in één. Europa levert onvoldoende afgestudeerden op in de exacte vakgebieden (STEM). Het wordt geconfronteerd met een crisis op het gebied van omscholing, nu AI hele categorieën van professionele banen overbodig maakt – niet handarbeid, maar economen, wiskundigen en analisten bij grote financiële instellingen. En het slaagt er niet in het internationale talent aan te trekken dat het zo hard nodig heeft, omdat het politieke debat over migratie de mobiliteit van talent tot slachtoffer heeft gemaakt van een cultuuroorlog. De binnenlandse talentenpool is niet groot genoeg. Iedereen weet dat. Er verandert niets.

Regelgeving. De EU-regels inzake staatssteun zijn bedoeld om te voorkomen dat overheden stervende industriële reuzen eindeloos in leven houden. Een redelijk doel. De regels worden nu toegepast op innovatieve start-ups die per definitie krap bij kas zitten en zich nog in een pril stadium bevinden. Juristen bestempelen hen als „ondernemingen in moeilijkheden“ en blokkeren daarmee overheidssteun. Een regel die is opgesteld om te voorkomen dat het verleden in stand wordt gehouden, verhindert nu dat er aan de toekomst wordt gebouwd. Dat is geen uitzonderlijk geval. Dat is het systeem dat precies zo werkt als het verkeerd is geconfigureerd.

Kapitaal. Alleen al Nederland beschikt over 2,5 biljoen euro aan pensioenspaargelden en banktegoeden. Het grootste deel daarvan is buiten Europa geparkeerd, op jacht naar het marktgemiddelde, dat voornamelijk bestaat uit Amerikaanse en Aziatische activa. Ondertussen moet een chipstartup die 300 miljoen euro nodig heeft om zijn eerste werkende prototype te produceren, naar de Verenigde Staten om investeerders te vinden die verstand hebben van de sector. Het Europese geld financiert de toekomst van al die anderen.

Het proof of concept: ASML liet Europa zien wat er mogelijk is

Wennink kwam niet vanuit een denktank tot deze conclusies. Hij kwam ertoe vanuit de werkvloer van het bedrijf dat strategisch gezien het meest cruciaal is in de wereldwijde toeleveringsketen voor halfgeleiders.

ASML produceert de lithografiemachines die nodig zijn voor de productie van elke geavanceerde chip ter wereld. Er is geen alternatieve leverancier. Die positie is ASML niet zomaar in de schoot geworpen. Ze is in de loop van dertig jaar opgebouwd via een model dat Europa grotendeels niet meer weet te evenaren.

Het model is wat Wennink de ‘triple helix’ noemt: overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen die naadloos samenwerken. Niet in commissies. Niet in overlegrondes. Samen, met gezamenlijke doelen, gezamenlijke risico’s en gezamenlijke beloningen. Brainport Eindhoven is de fysieke belichaming van dat model. ASML is het meest zichtbare resultaat daarvan. Een systeemintegrator die steunt op 4.000 leveranciers en partners, de meeste daarvan Europees, en waarvan vele zijn opgebouwd in directe samenwerking met universiteiten, onderzoekslaboratoria en technische scholen.

Die samenwerking werkte omdat ze gebaseerd was op vertrouwen en transparantie. Elke partner wist wat er op het spel stond. Elke partner had echt iets te verliezen. En elke partner had echt iets te winnen.

Toen de Nederlandse minister van Economische Zaken Wennink vroeg om een rapport op te stellen over wat Europa zou moeten doen, stemde Wennink toe. Niet omdat hij dacht alle antwoorden te hebben, maar omdat hij wist hoe hij de mensen bij elkaar kon brengen die dat wel hadden. Hij organiseerde eenendertig rondetafelgesprekken, waarbij telkens startups, scale-ups, multinationals, universiteiten en overheidsinstellingen bij elkaar werden gebracht, en elk gesprek was gericht op een van de vier strategische domeinen. De opdracht was simpel: geef me een ambitieuze doelstelling die daadwerkelijk haalbaar is, een investeringscase, een tijdlijn, een verdeling van de financiering en de reden waarom het nog niet is gebeurd.

De laatste vraag was het meest veelzeggend. Elke groep had ideeën. Het waren goede ideeën. De reden waarom ze niet waren uitgevoerd, was altijd dezelfde: er was niet aan de randvoorwaarden voldaan.

“De bereidheid, de creativiteit en de kracht zijn aanwezig. Maar aan de randvoorwaarden wordt niet voldaan. En dat is een politieke beslissing.”

 

Uit die 31 tafels kwam een geïdentificeerd investeringspotentieel van 126 miljard euro naar voren, verspreid over de vier domeinen. Klaar om in actie te komen zodra de omstandigheden gunstig zijn.

Dat cijfer is geen prognose. Het is een plan. Opgesteld door de mensen die het ook daadwerkelijk zouden uitvoeren, als iemand ze maar uit de weg zou gaan.

De oplossing: zorg dat de omstandigheden goed zijn, en laat het dan zijn gang gaan

Hier verschuift Wenninks betoog van diagnose naar oplossing. En het is concreter dan de meeste mensen van een keynote verwachten.

Het uitgangspunt is de drievoudige helix, op grote schaal toegepast. Niet alleen in Eindhoven. Maar over het hele continent. De Deltaregio, die België, Nederland en Duitsland met elkaar verbindt, is een economische krachtpatser in wording. De Belgische biotechnologie is van wereldklasse. De Nederlandse expertise op het gebied van halfgeleiders behoort tot de beste ter wereld. De Duitse techniek vormt de basis van de gehele toeleveringsketen. Deze competenties hoeven niet te worden gecreëerd. Ze moeten met elkaar worden verbonden.

Maar verbinding vereist bepaalde voorwaarden. En Wennink is heel duidelijk over wat die voorwaarden precies inhouden.

Wat de infrastructuur betreft: Europa moet dringend zijn eigen rekencapaciteit opbouwen. Het moet de overbelasting van het netwerk niet oplossen door de vraag te sturen, maar door het aanbod te vergroten. Fysieke en digitale infrastructuur moeten worden beschouwd als strategische troeven, niet als administratieve problemen.

Wat talent betreft: maak STEM-onderwijs gratis. Geef technische universiteiten voorrang bij de toewijzing van studentenhuisvesting. Stel een nationaal plan voor omscholing op voordat de eerste golf van door AI veroorzaakte ontslagen dit onvermijdelijk maakt. En maak een onderscheid tussen het debat over economische migratie en dat over talentmigratie. Het zijn niet hetzelfde.

Wat regelgeving betreft: breng de regels voor staatssteun terug naar hun oorspronkelijke doel. Pas de logica van het overleven van bedrijven niet langer toe op prille innovatie. Vereenvoudig de vergunningverlening. De stikstofblokkade, de ingewikkelde goedkeuringsprocedures en de vele lagen van overdreven strenge EU-regelgeving beschermen niemand. Ze laten de klok wegtikken en versnellen zo het einde van Europa’s kansen.

Wat kapitaal betreft: het voorstel van Wennink, dat nu is opgenomen in het Nederlandse regeerakkoord, betreft een nationale investeringsbank. Onafhankelijk, professioneel bestuurd, gevrijwaard van politieke bemoeienis, maar gefinancierd door de staat. Met een werkkapitaal van 10 tot 20 miljard euro zou de bank in totaal tot 100 miljard euro aan investeringen kunnen mobiliseren door samen met pensioenfondsen en private-equityfondsen te cofinancieren. De logica is eenvoudig: institutionele beleggers nemen het eerste-verliesrisico niet alleen op zich. Als de overheid die eerste laag op zich neemt, volgt de rest vanzelf. Een tweede instelling, een Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie, met een budget van 2 miljard euro, zou hiernaast komen te staan en de innovatie-ecosystemen en strategische projecten financieren waar de markt alleen niet aan wil beginnen.

“Het grootste probleem bij AI is niet de rekenkracht. Het is energie. En ik denk dat wij in Europa over de technische mogelijkheden beschikken om AI-chips te ontwikkelen die de concurrentie met Nvidia aankunnen – en die misschien wel honderd keer energiezuiniger zijn.”

 

Die kans ligt voor het grijpen. Wat er nodig is, is kapitaal dat geduldig genoeg is om de eerste chip te financieren, infrastructuur die deze kan ondersteunen, talent dat bekwaam genoeg is om deze te bouwen, en regelgeving die slim genoeg is om deze niet in de weg te staan.

Dit is een politieke keuze

De vaardigheidskloof is geen marktfalen. Het tekort aan talent is geen toeval. De chaos op regelgevingsgebied is niet onvermijdelijk. Dit zijn het gevolg van politieke keuzes die in de loop der jaren zijn gemaakt door mensen die zich bewust waren van de afwegingen, maar toch andere zaken voorrang gaven. En als het politieke keuzes zijn, kunnen ze ook worden bijgesteld.

Wennink is duidelijk over wat er voor die verandering nodig is. Het economisch beleid moet een Europese prioriteit worden, waarbij de premier verantwoordelijk is voor de toekomstige inkomensgroei, en niet alleen de minister van Economische Zaken. De minister van Economische Zaken moet de controle over het energie- en handelsbeleid terugkrijgen. Een onafhankelijke commissaris voor Toekomstige Welvaart moet boven de departementale silo’s staan, de nationale investeringsraad leiden en beschikken over het wettelijke mandaat en een speciaal fonds om impasses te doorbreken en de uitvoering te versnellen.

Het rapport heeft een treffende term voor wat er mis is gegaan: procesfetisjisme. De overheidsmachine draait inmiddels omwille van zichzelf, en de mensen die er deel van uitmaken vragen zich niet meer af of het allemaal wel echt werkt. Het verlenen van vergunningen duurt jaren. Regels die niemand dienen. Verantwoordingsstructuren die voorzichtigheid boven resultaten belonen. Wat nodig is, is geen nieuw strategiedocument. Het rapport van Wennink geeft een duidelijke richting aan, en het Nederlandse regeerakkoord bevat al de belangrijkste voorstellen, waaronder de nationale investeringsbank. Wat nodig is, is de politieke moed om dit door te zetten. De bereidheid om te dereguleren, niet omdat het ideologisch goed uitkomt, maar omdat het alternatief achteruitgang is. De bereidheid om infrastructuur te financieren, niet als reactie op een crisis, maar om erop vooruit te lopen.

“Niets doen is ook een keuze. Elke dag dat we niet investeren in de toekomst van ons land, wordt de rekening voor toekomstige generaties hoger. We hoeven hier niet langer over na te denken. Laten we aan de slag gaan.”

Peter Wennink op het podium tijdens Re:Manufacture 2026 Peter Wennink op het podium tijdens Re:Manufacture 2026

Europa is nog niet verloren.

Wennink sloot zijn keynote af met een les uit zijn beginperiode bij ASML. Hij begon daar als accountant. Iemand vertelde hem dat onder druk alles vloeibaar wordt. Hij betwistte die natuurkundige stelling. De ingenieurs corrigeerden hem: het gaat niet alleen om druk. Het gaat om de juiste druk.

Europa staat momenteel onder de juiste druk. Geopolitieke schokken. Kwetsbaarheid van de toeleveringsketens. Leiders elders die ondubbelzinnig duidelijk maken dat niemand te hulp zal schieten. Een wereld die de relevantie van Europa niet langer als vanzelfsprekend beschouwt.

Dat is geen dreigement. Dat is de beste stimulans die Europa in decennia heeft gehad. En die verkwisten zou de duurste fout zijn die dit continent ooit heeft gemaakt.

De kennis is hier. Het kapitaal is hier. Het talent is hier. De technologie is hier. En de domeinen waarin Europa kan winnen, zijn niet abstract. Ze zijn concreet: digitalisering en AI, biowetenschappen, energie en klimaat, veiligheid en veerkracht. Vier domeinen waar de wereldwijde vraag explosief groeit, waar Europa over echte expertise beschikt, en waar achterop raken niet alleen een economisch probleem is. Het is een geopolitiek probleem. ASML heeft bewezen dat Europese samenwerking, als die serieus is, iets kan voortbrengen waar de hele wereld van afhankelijk is. Brainport heeft bewezen dat de triple helix geen theorie is. Het is een herhaalbaar model. Eenendertig rondetafelgesprekken hebben aangetoond dat er 126 miljard euro aan investeringen klaarstaat, niet in een of andere toekomstige begroting, maar in de handen van mensen die bereid zijn het vandaag in te zetten. Als iemand de voorwaarden schept.

Die iemand is de overheid. Niet de markt. Niet het bedrijfsleven. De overheid. De mensen met het mandaat, de middelen en, eerlijk gezegd, de verantwoordelijkheid om in actie te komen. Maak een einde aan overregulering. Breng het elektriciteitsnet op orde. Investeer in de infrastructuur. Richt de nationale investeringsbank op. Maak STEM-onderwijs gratis. Bescherm de migratie van talent. En treed vervolgens een stap opzij en laat de Europese industrie doen waar ze altijd toe in staat is geweest als de omstandigheden gunstig zijn.

Europa hoeft niet op elk gebied de boventoon te voeren. Het heeft geen behoefte aan strategische autonomie, een begrip dat Wennink nadrukkelijk afwijst. Het moet relevant blijven. Het moet een stem in het kapittel hebben.

De stoel staat klaar. De vraag is of de Europese leiders de moed hebben om er plaats op te nemen. Want het alternatief is geen gecontroleerde neergang. Het is irrelevantie. En als irrelevantie eenmaal is ingezet, is die heel moeilijk nog ongedaan te maken.

Doe mee aan de digitale werkvloerrevolutie!

Aan de linkerkant wordt een profiel van een assemblagemedewerker weergegeven met categorieën als Voormontage, Assemblage en Testen. Aangrenzende grafieken geven een gedetailleerd overzicht van taken zoals reinigen, assembleren, verpakken, voormontage en testen, elk met numerieke waarden.